Wachten op geluk, wachten op God, angst voor het zesde gebod, de hel en elk verbod… Als je wacht is het alsof je over tijd beschikt of alsof de tijd over je beschikt. In de tijd word je, in het ‘nu’ ben je. Wat is ’t verschil ? Wat nog moet komen heb je niet, ben je niet. Wat je ‘nu’ bent kan je nooit ontnomen worden, zeker niet in de toekomst, want die ‘is’ niet. Het verleden kan wat je ‘nu’ bent niet vernietigen : ‘nu’ ben je, onaanraakbaar door de tijd.
Wachten of begeren is buiten jezelf leven, buiten wat je bent, en zo maak je van de tijd een waarheid die je niet grijpen kunt, een noodzaak die je keldert. Wat je ‘nu’ bent gaat verloren in concrete wensen die er niet zijn. Je bent als een fietser : je achterwiel raakt het verleden, tussenin zwoeg je, en je voorwiel reikt naar een toekomst, maar je komt niet aan, je reikt naar een illusoire finish.
Kon je maar dat verleden en die toekomst vergeten en je concentreren op wat je nu bent, op wat je nu doet, dan zou de zin van het “zijn” zich aan jou openbaren.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten