Wij mensen leven volledig afgescheiden van elkaar : ik ben er, en de andere is er… Zo redeneert het verstand. Wij willen kost wat kost die afscheiding behouden, voelen ons uniek, beter, slimmer dan de andere…
Het verstand wil daarentegen ook blijven bestaan, maar aan de andere kant weet het verstand dat de ultieme afscheiding de dood is. Het wil die ultieme afscheiding, dus wil het de dood ! De dood is simpelweg een vaste overtuiging geworden, dus waarheid geworden voor het verstand.
Wij denken dat we ons verstand zijn, dus is de dood voor ons een waarheid ! Laten wij echter die afgescheidenheid vallen, tegen ons verstand in, dan wordt de dood onwaar. De overtuiging één te zijn met allen gooit een sluier over de doodsgedachte : als je naar éénheid met allen streeft, valt die roep naar de ultieme afscheiding(de dood) in het water…




